Eiseres, een onderneming die drie Volvo-auto’s invoerde die circa een jaar in Tsjechië waren geregistreerd met zeer lage kilometerstanden, deed BPM-aangifte als gebruikte auto’s met toepassing van afschrijving op basis van koerslijsten. Verweerder legde een naheffingsaanslag op omdat hij de auto’s als nieuwe auto’s beschouwde, verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank overweegt dat de auto’s in het handelsverkeer als gebruikt gelden vanwege de eerdere registratie in Tsjechië en dat de beste referentieauto een nieuwe auto is die een jaar in een Nederlandse showroom heeft gestaan zonder gebruik. De rechtbank acht het aannemelijk dat de eerdere registratie een waardedrukkend effect heeft en dat afschrijving op basis van koerslijsten gerechtvaardigd is.
De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag en de uitspraken op bezwaar en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank komt niet toe aan de door eiseres aangevoerde schendingen van het legaliteitsbeginsel en het verdedigingsbeginsel.
De uitspraak bevestigt dat bij de beoordeling van BPM voor gebruikte auto’s de feitelijke omstandigheden en marktwaarde bepalend zijn en dat een eerdere buitenlandse registratie niet automatisch leidt tot een nieuwe auto voor BPM-doeleinden.