Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser] , te [plaats] , Zwitserland, eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder,
de Staat.
Procesverloop
Overwegingen
- sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs;
- de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard op grond van artikel 27e van de AWR; en
- de fiscale woonplaats van eiser in 2011 voor toepassing van de Wet IB 2001 en de belastingverdragen Nederland-Zwitserland en Nederland-Spanje in Nederland lag.
- Eiser en zijn echtgenote bleven ook na 2001 in Nederland de beschikking houden over de woon- en kantoorvilla aan de [adres 1] te [plaats 2 in NL] , [naam pand] . Deze villa is volledig ingericht als permanent woonverblijf. De kantoorruimten worden gebruikt door eiser en zijn administrateur;
- Na de verkoop van het chalet in [plaats] in 2010 heeft eiser alle fitnessapparatuur overgebracht naar zijn woning in [plaats 2 in NL] . Uit foto’s van makelaarskantoren blijkt dat er een aparte, compleet ingerichte fitnessruimte in de villa aanwezig is;
- Eiser heeft veel zakelijke contacten in [plaats 2 in NL] en omgeving;
- Een dochter en kleinkind van eiser wonen in [plaats 2 in NL] ;
- Eiser heeft Nederlandse bankrekeningen;
- Met een pinpas die behoort bij een Rabobank-rekening die op naam van eiser staat zijn in 2011 allerlei betalingen gedaan die gebruikelijk zijn voor iemand die in Nederland woont. De betalingen vonden voornamelijk plaats in [plaats 2 in NL] en omgeving, dichtbij de woning van eiser en zijn echtgenote, maar er zijn ook betalingen elders in Nederland. Vaak zijn het geen eenmalige betalingen en vinden de betalingen op vaste adressen plaats. Het betreffen betalingen op ieder moment van de dag: in de ochtend, middag en avond. Verweerder heeft hiervan een overzicht gemaakt en als bijlage 21 aan het verweerschrift toegevoegd;
Beslissing
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 500;
- veroordeelt de Staat (het ministerie van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 262;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 46 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;