ECLI:NL:RBGEL:2024:6835
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering over duur arbeidsovereenkomst bij geschil over beëindiging dienstverband
De zaak betreft een geschil tussen werknemer en werkgever over de vraag of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd is gesloten, waarbij geen schriftelijke overeenkomst bestaat. Werknemer stelt dat sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde tijd en verzoekt vernietiging van de opzegging per 1 juni 2024 met doorbetaling van loon en vergoeding. Werkgever stelt dat sprake is van een contract voor bepaalde tijd dat per 31 mei 2024 is geëindigd.
De kantonrechter beoordeelt dat de bewijslast voor de aard van de overeenkomst bij de werknemer ligt, mede gelet op jurisprudentie en de door werkgever overgelegde loonstroken en evaluatiegesprekken. Werknemer krijgt de gelegenheid bewijs te leveren, onder meer via getuigen en bewijsstukken.
Ten aanzien van de loonbetaling tijdens ziekte oordeelt de kantonrechter dat werkgever geen te veel heeft betaald, omdat het minimumloon is voldaan en werknemer niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op 100% doorbetaling na het eerste ziektejaar.
De verdere beslissing, waaronder over de vernietiging van de opzegging en eventuele vergoedingen, wordt aangehouden totdat bewijs is geleverd. De beschikking is uitgesproken door kantonrechter M.J.C. van Leeuwen op 24 september 2024.
Uitkomst: Werknemer moet bewijs leveren dat arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd betreft; verdere beslissing wordt aangehouden.