Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
- eiser zwart werk verricht bij [bedrijf] (hierna: ATA) in [plaatsnaam] ;
- eiser gedurende twee jaar, vier dagen per week zwart werk verricht;
- de werkdagen van eiser op dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en soms op zaterdag zijn;
- eiser tussen 10.00 uur en 11.00 uur begint en tot rond 18.00 uur werkt;
- eiser twee à drie keer per jaar wisselt van auto.
Beoordeling door de rechtbank
- Uit informatie van Marktplaats blijkt dat eiser vanaf 12 mei 2012 actief is op Marktplaats. Hij ontvangt bijstand sinds 19 augustus 2016 naar de norm van een alleenstaande. In de gegevens van Marktplaats is te zien dat er sindsdien ook veelvuldig artikelen worden aangeboden op het account. Gelet op de aard, de omvang en regelmaat van de verkoopactiviteiten op Marktplaats is er in sommige maanden geen sprake van incidentele verkoop van privégoederen, maar van handel. Eiser heeft daarvan geen administratie bijgehouden en de verkopen zijn vrijwel allemaal contant gegaan. Bij vrijwel geen advertentie staat een vraagprijs vermeld. Daardoor kunnen de inkomsten niet schattenderwijs worden vastgesteld. In de maanden van handel kan niet worden vastgesteld in hoeverre eiser inkomsten heeft verworven en in hoeverre hij recht op bijstand heeft gehad. Het is voor ontvangers van bijstand niet verboden om goederen via internet te verkopen, mits daarvan en van daaruit verkregen verdiensten tijdig melding wordt gemaakt aan de gemeente.
- Eiser heeft eerst verklaard voor ongeveer € 50 per week aan boodschappen te doen. Uit de bankafschriften blijkt dat hij in sommige maanden vrijwel geen pintransacties heeft voor de kosten van levensonderhoud. Eiser verklaarde geleefd te hebben van contanten. Hij verklaarde deze contanten op te nemen van zijn bankrekening, nog spaargeld te hebben, geld te hebben geleend of geld te hebben ontvangen uit de verkoop van de spullen op Marktplaats. Eiser verklaarde dat hij al zijn contante opnames verricht om te voorzien in de kosten van levensonderhoud. Echter er zijn maanden waarin geen contanten zijn opgenomen en er niet geregistreerd is dat eiser geld geleend zou hebben. Daarbij is er geen administratie van de verkoop van spullen op Marktplaats. Later verklaarde eiser wel rond te kunnen komen van € 5 per dag. Echter de verklaring dat eiser zuinig zou leven, terwijl ook nog twee dagen in de week zijn kinderen bij hem thuis zijn, ligt niet voor de hand. Om die reden gaat de verklaring van eiser dat hij zuinig leeft en, als hij over onvoldoende middelen beschikt, bij vrienden eet, niet op. Eiser toont in die maanden onvoldoende inzicht in de uitgaven voor de kosten van levensonderhoud en hij heeft hiervan geen administratie aangeleverd. In de maanden waarin er nauwelijks uitgaven aan levensonderhoud zijn gedaan, is het recht op bijstand van eiser niet vast te stellen.
- Eiser verklaarde aanvankelijk dat de achttien kentekens die sinds aanvang van het recht op bijstand op zijn naam stonden allemaal één op één zonder enige bijbetalingen geruild zijn via Marktplaats. Daarbij hadden deze kentekens naar zijn zeggen te maken met ondeugdelijkheid van de voertuigen. Te zien is dat van de achttien kentekens veertien kentekens korter dan 90 dagen op naam hebben gestaan. Van die ruilingen kon eiser geen controleerbare en verifieerbare stukken aanleveren. Bij het inzien van het verkregen ingevulde aanvullende bewijsstuk van eiser blijkt echter dat hij veel ruilingen heeft verricht met bijgelegd geld verkregen uit vakantiegeld, lening of verkoop van een voertuig. Hiervan heeft eiser geen administratie kunnen aanleveren. Daarnaast blijkt het door hem overgelegde overzicht niet sluitend te zijn. Om die reden is het aannemelijk dat eiser inkomsten heeft verworven of redelijkerwijs heeft kunnen verwerven in de maanden waarin de registraties bij de RDW zijn beëindigd. Aangezien controleerbare gegevens over de inkomsten ontbreken, kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld in de maanden waarin de transacties hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft eiser geen melding gemaakt van transacties met op naam geregistreerde voertuigen, waardoor sprake is van schending van de inlichtingenplicht.
- Uitbetalingen van crypto worden aangemerkt als inkomen en hadden om die reden aan de gemeente moeten worden doorgegeven. Deze inkomsten hadden in mindering moeten worden gebracht in de periode waarin eiser de uitbetalingen van de crypto heeft ontvangen. Doordat eiser deze uitbetalingen niet heeft doorgegeven, heeft het college bij de uitbetaling van zijn bijstand geen rekening kunnen houden met deze inkomsten.
- Uit onderzoek is gebleken dat eiser in ieder geval in de periode van 31 mei 2022 tot en met 21 juni 2022 veelvuldig aanwezig is geweest bij ATA. Eiser heeft geen volledig schema aangeleverd van de dagen en tijdstippen van zijn aanwezigheid. Gelet op de rechtspraak is alleen al de aanwezigheid op de werkplek aan te merken als op geld waardeerbare arbeid. Ook als eiser niet daadwerkelijk inkomen ontvangt voor die uren. Voor de verlening van bijstand is niet alleen het inkomen waarover eiser daadwerkelijk beschikt van belang, maar ook het inkomen waarover hij redelijkerwijs kan beschikken. De aanwezigheid op een werkplek tijdens reguliere arbeidsuren veronderstelt dat de desbetreffende persoon bij geconstateerde aanwezigheid ook daadwerkelijk op geld waardeerbare arbeid heeft verricht en dat het vervolgens aan die persoon is om het tegendeel aannemelijk te maken. Het tegendeel heeft eiser niet aannemelijk gemaakt. Daardoor is zijn recht op bijstand niet vast te stellen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij het recht op bijstand voor de onder 13 genoemde maanden is herzien of ingetrokken en voor zover daarbij het bedrag van de terugvordering is vastgesteld op € 58.962,59;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit op bezwaar te nemen over het recht op bijstand over de onder 13 genoemde maanden en over het bedrag van de terugvordering, een en ander met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser in beroep ter hoogte van € 1.814;
- bepaalt dat het college aan eiser het griffierecht van € 50 vergoedt.