Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] te [plaats], eiseres
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Rechtbank Gelderland
Eiseres ontvangt sinds 2008 een Wajong-uitkering en sinds 2010 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het UWV heeft het recht op toeslag per 1 januari 2021 ingetrokken en de te veel betaalde toeslag over de periode tot mei 2022 teruggevorderd omdat eiseres niet tijdig had gemeld dat haar partner inkomsten genoot. Eiseres betwistte de intrekking en terugvordering en voerde aan dat zij niet wist dat zij toeslag ontving en dat het UWV te lang had gewacht met besluitvorming.
De rechtbank oordeelt dat eiseres haar inlichtingenverplichting heeft geschonden omdat zij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de inkomsten van haar partner invloed hadden op de toeslag. Ook al was zij onder bewind en ontving haar bewindvoerder correspondentie, blijft haar verplichting bestaan. Het UWV heeft bovendien de relevante feiten en omstandigheden voldoende meegewogen bij de beoordeling van dringende redenen om van intrekking en terugvordering af te zien.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat het UWV terecht heeft gehandeld. Daarnaast krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding, maar wordt de Staat veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn door de rechtbank. De uitspraak is gedaan door rechter Schuurman-Kleijberg op 11 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht het recht op toeslag ingetrokken en teruggevorderd.