Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 9 september 2025
[belanghebbende] B.V., in [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, Backoffice BPM, de inspecteur,
Inleiding
- namens belanghebbende de gemachtigde en [persoon A] ;
- namens de inspecteur [persoon B] en [persoon C] ;
- namens de Staat [persoon D] .
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- Heeft de inspecteur de hoorplicht in bezwaar geschonden?
- Is sprake van een bestelauto?
- Dient met herstelde schade rekening te worden gehouden?
- Is naheffing na het belastbare feit toegestaan?
- Is het Unierecht geschonden doordat voor geïmporteerde auto’s en auto’s op de binnenlandse markt op verschillende momenten belasting moet worden betaald?
- Is de onderhavige belastingcontrole in zichzelf een belemmerende factor, en daarmee in strijd met het Unierecht?
- Heeft de inspecteur het verdedigingsbeginsel en/of het beginsel van equality of arms geschonden?
- Moet het DRZ-rapport buiten beschouwing blijven, omdat DRZ ten opzichte van de inspecteur niet onafhankelijk is en/of vanwege inhoudelijke gebreken?
- Is de 31- of 72%-regeling in strijd met het Unierecht?
- Dient de auto te worden vergeleken met ex-rentalauto’s?
- Moet de rechtbank prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie)?
- Is de naheffingsaanslag aan de juiste persoon gericht?
- Mag belanghebbende de Scandinavische rekenmethode toepassen?
- Had de inspecteur meer koerslijsten moeten inbrengen?
- Leidt de toepassing van de 22-decemberarresten van de Hoge Raad tot een hogere historische nieuwprijs en/of een hogere handelsinkoopwaarde?
- Moet er extra leeftijdskorting worden toegepast?
- Is interne compensatie in strijd met het Unierecht?
- Heeft belanghebbende recht op een integrale proceskostenvergoeding?
- Heeft belanghebbende recht op restitutie van het griffierecht met rente?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 7.413;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 761 aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.239 aan belanghebbende;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten tot een bedrage van € 2.687,75;
- draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht van € 365 aan belanghebbende te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening.