Uitspraak
1. [eiser in conventie 1] ,2. [eiser in conventie 2] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met een incidenteel verzoek,
- de incidentele conclusie inzake vordering tot inzage ex. 194 jo. 195 Rv, tevens houdende conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens houdende akte uitlaten producties in conventie.
2.Kern van de zaak
3.De feiten
- [eisers in conventie] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.283,69, met wettelijke rente vanaf 13 oktober 2006,
- voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de overeenkomst met contractnummer ‘ [nummer] ’ niets meer aan [eisers in conventie] is verschuldigd, met een veroordeling van [eisers in conventie] in de proceskosten.
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eisers in conventie] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
“Adviseur: [nummer] - [bedrijf] ”,
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.