Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, welke door de korpschef is geweigerd vanwege vrees voor misbruik. Deze weigering werd door de minister bevestigd na bezwaar. De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en geoordeeld dat de weigering terecht is.
De weigering is gebaseerd op meerdere feiten, waaronder de intrekking van de eerdere jachtakte in 2021 vanwege het onjuist opbergen van wapens en munitie, meldingen van de ex-partner over conflicten en intimiderend gedrag, en een mutatierapport over het parkeren op verboden terrein met een intimiderende houding. Eiser voerde aan dat deze feiten onvoldoende zijn en dat hij als militair en schietinstructeur zorgvuldig met wapens omgaat.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht vrees voor misbruik heeft aangenomen, mede gelet op de combinatie van incidenten en gedragingen. Ook is geoordeeld dat de minister niet had hoeven volstaan met een minder vergaande maatregel en dat het besluit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning blijft in stand.