Uitspraak
Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming(hierna: het LET),
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland(hierna: de GI), gevestigd in Arnhem.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Van den Heuvel, ontvangen op 29 juni 2026;
- de stukken van de vader, ontvangen op 29 juni 2026;
- voorgaande beschikkingen en vonnissen over (een van) de ouders.
- de moeder met haar advocaat;
- de vader;
- de bijzonder curator;
- twee vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad);
- twee vertegenwoordigers van het LET.
- C/05/467321 / JE RK 26-534 (verlenging uithuisplaatsing),
- C/05/464911 / FA RK 26-1129 (verlenging gedeeltelijke gezagsuitoefening), en
- C/05/464911 / FA RK 26-1129 (vervangende toestemming aanvraag identiteitsbewijs).
2.De relevante feiten
- de inschrijving bij een orthodontist in de buurt van het gezinshuis en de overdracht van het medische dossier van [kind 1] aan deze orthodontist;
- de inschrijving bij een tandarts in de buurt van het gezinshuis en de overdracht van het medische dossier van [kind 1] aan deze tandarts.
- de aanmelding bij specialistische jeugd ggz, de daaropvolgende diagnostiek en indien geïndiceerd een (medicamenteuze) behandeling;
- de inschrijving bij de tandarts in de buurt van de groep, overdracht van het medische dossier aan deze tandarts, periodieke controles en indien noodzakelijk behandeling;
- de inschrijving bij de huisarts in de buurt van de groep, overdracht van het medische dossier aan deze huisarts en indien noodzakelijk behandeling.
- de vader is verboden op enigerlei wijze uitlatingen openbaar te maken, te plaatsen of te laten plaatsen over of waarin wordt gerefereerd aan één of meer (huidige of voormalige) medewerkers van de GI en/of het LET;
- de vader is verboden om uitlatingen openbaar te maken die naar aard of strekking opruiend, haatzaaiend dan wel anderszins onrechtmatig zijn, waaronder in ieder geval uitingen zoals die waarin de GI en/of het LET (of de bij hen werkzame personen als groep):
- ook is het de vader verboden om persoonsgegevens van de medewerkers van de GI en/of het LET op enigerlei wijze openbaar te maken, te verspreiden of anderszins ter beschikking te stellen aan derden; en
- moest de vader binnen 48 uur na betekening van dat vonnis alle uitingen in welke vorm dan ook die hij heeft gedaan over of waarin hij refereert aan één of meer (huidige of voormalige) medewerkers van de GI en/of het LET van al zijn social media-accounts, websites en overige door hem beheerde online kanalen verwijderen en verwijderd (te doen) houden.
3.Het verzoek van de moeder
4.Het verweer van de vader
- de toepasselijke rechtsgronden ambtshalve aan te vullen;
- de wettelijke noodzaaktoets volledig en zelfstandig uit te voeren;
- de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro strikt te toetsen;
- de grievenbundel integraal bij de beoordeling te betrekken,
- ambtshalve de bevoegdheid, procespositie en bewijswaarde van het LET en de betrokken GI te toetsen alvorens enige beslissing te nemen.
- of is voldaan aan de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro;
- of de juiste rechtsgronden overeenkomstig artikelen 24 en 25 Rv zijn toegepast;
- of verzoekster heeft voldaan aan haar bewijslast;
- of de rapportages waarop het verzoek steunt voldoen aan de eisen van objectiviteit, controleerbaarheid en zorgvuldigheid;
- en of daadwerkelijk is voldaan aan de wettelijke eisen van subsidiariteit, proportionaliteit en noodzakelijkheid die gelden voor een beëindiging van het ouderlijk gezag.
- dat verzoek integraal af te wijzen;
- vast te stellen dat verzoekster niet heeft aangetoond dat is voldaan aan de wettelijke vereisten;
- vast te stellen dat de feitelijke grondslag van het verzoek onvoldoende objectief, controleerbaar en verifieerbaar is onderbouwd;
- de door hem overgelegde grievenbundel, producties en overige bewijsstukken die betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex integraal bij de beoordeling te betrekken;
- ambtshalve te toetsen op welke wettelijke grondslag de door het LET opgestelde rapportages, plannen van aanpak en overige processtukken in deze procedure worden gebruikt en welke zelfstandige bewijswaarde daaraan kan worden toegekend;
- uitsluitend die feiten en stukken aan de beslissing ten grondslag te leggen waarvan de herkomst, bevoegdheid, totstandkoming en inhoud objectief kunnen worden vastgesteld.
5.Het advies van de Raad
6.De mening van het LET
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen de uitlatingen van[
de vader]
, zoals weergegeven onder de feiten, niet anders worden gekarakteriseerd dan als vergaande bedreigingen, intimidaties, beschuldigingen en verdachtmakingen die zich rechtstreeks richten tot de medewerkers van SJG[Stichting Jeugdbescherming Gelderland, rb].” De vader is vanuit die strijd niet meer in staat om in het belang van zijn kinderen te handelen.
7.De beoordeling
De vader heeft geen vertrouwen in de moeder en de kinderen zien hun moeder op dit moment weinig. Het lukt de ouders niet om samen uit deze gespannen situatie te komen, en in het belang van de kinderen te handelen.” En uit de beschikking van 11 januari 2024 [12] , waarin de kinderen voor de tweede keer onder toezicht werden gesteld: “
Vanuit de hulpverlening is gezien dat de kinderen klem zitten tussen de ouders. Ook zijn er zorgen dat de kinderen worden betrokken bij volwassenzaken. Zo zijn de kinderen door de vader volledig op de hoogte gesteld van de procedures die er spelen tussen hun ouders en van de strijd tussen de vader en Regiezorg. Door de angst die de vader heeft over de veiligheid van de kinderen bij de moeder en door zijn mening over de moeder krijgen de kinderen geen ruimte om een onbelast contact te hebben met hun moeder.” De situatie tussen de ouders is in de periode daarna niet verbeterd. Ook ontstaat een steeds scherper beeld van een vader die de moeder buitenspel zet. De rechtbank verwijst in dit verband naar de beschikking van het gerechtshof van 4 juli 2024: “
Ook heeft de vader tijdens de mondelinge behandeling laten weten niet met de moeder te communiceren en haar dan ook niet te betrekken bij het nemen van (gezags)beslissingen over de kinderen”. [13]
Ik heb je al 2 x eerder gemaild. Misschien is dit je ontgaan ;)of heeft LET jou moeder gezag overgenomen aangezien hun namens jou reageren?”
Ik snap je keuze. Gelukkig heb ikonze gesprekken vastgelegd/opgenomenen kunnen de jeugdbeschermers en de rechter horen watje ware standpuntenzijn. Wel erg jammer dat jeprobeert een slaatje te slaan uit de situatie. Ik acht dit niet in het belang van de kinderen. 7 jaar lang hebben de kinderen en ik ons best gedaan te overleven en ontwikkelen en dat is gelukt.Corruptie en een dwaze moeder zullen dit nooit kapot krijgen. Ik zal me blijven inzetten zodat de kinderen jou kunnen blijven zien. Ze verdienen namelijk jou te kennen en zelf keuzes te maken. Jullie; zie jij en LET-JBG mogen allemaal doen wat je doet. God ziet alles.”
Als jijje kinderen echt wil zien, dan laat je je niet uitsluitend sturen door derden, maar dan benut je iedere kans om in een voor hen veilige context in contact te komen.”
Ik wil je met klem wijzen op jouw verantwoordelijkheid als mede-gezaghebbende ouder, zoals vastgelegd in artikel 1:247 en Pro 1 :377a BW. Deze bepalingen leggen niet alleen de plicht op tot zorg en opvoeding, maar ook tot het actief bevorderen van omgang met de andere ouder en het handelen in het belang van het kind. Dat belang is leidend, niet deafspraken van derden zonder gezag, zoals LET-JB waar momenteel een strafrechtelijk onderzoek tegen loopt. LET-JB heeft geen gezag over onze kinderen. Zij zijn geen wettelijk vertegenwoordiger, geen ouder, en bezitten geen bevoegdheid om zelfstandig beslissingen te nemen over de invulling van de omgang of locatie daarvan.Dat jij je als moeder uitsluitend schikt naar hun instructies zonder af te wegen wat [kind 1] en [kind 2] zelf aangeven of nodig hebben, is bijzonder zorgelijk.”
Uw e-mail van 8 mei 2025 bevestigt opnieuw een zorgwekkende opstelling ten aanzien van het ouderlijk gezag en de belangen van onze kinderen. Uw standpunt, waarinu omgang uitsluitend wenst toe te staan onder door derden opgelegde voorwaarden (LET-JB), vormt een directe inbreuk op het gezamenlijk gezag ex artikel 1:251 BW Pro en is in strijd met uw wettelijke plicht tot het bevorderen van een veilige, constructieve band tussen de kinderen en hun vader (artikel 1:247 BW Pro). (…)
Uwactieve deelname aan het frustreren van omgang op basis van instructies van LET-JB, een Organisatie zonder gezag of rechtspersoonlijkheidjegens onze kinderen. Uw opstelling bevestigt eenongeoorloofde afhankelijkheid van externe sturingin strijd met uw individuele verantwoordelijkheid als gezaghebbende ouder. (…)
Uwbetrokkenheid bij samenzwering: u wordt hierbij gewezen op het feit dat ik aangifte heb gedaan van strafbare feiten, waaronder samenzwering tot valse meldingen, psychologische mishandeling van minderjarigen en ambtsmisdrijven gepleegd door LET-JB en betrokken zorginstanties. Gezien uwvoortdurende medewerking en actieve bijdrage aan dit netwerkwordt ook uw betrokkenheid onderzocht en voorbereid voorstrafrechtelijke vervolging. (…)
U kiest niet voor de belangen van [kind 1] en [kind 2] , maar voorhet gehoorzamen aan wildvreemde derdendie aantoonbaar handelen buiten hun bevoegdheid en in strijd met de wet. Dat is geen moederschap. Dat ismedeplichtigheid aan structurele schade.”
Er liggen verschillende beschikkingen waarin een omgangsregeling is vastgelegd en zelfs een schriftelijke aanwijzing, maar de vader heeft voortgang in de omgang met de moeder verschillende keren - voor het hof om onbegrijpelijke redenen – gestagneerd. De vader belemmert de opbouw van het contact tussen de moeder en de kinderen actief door het stellen van voorwaarden, het opwerpen van praktische en emotionele barrières en het betrekken van de kinderen in onderwerpen die alleen volwassenen aan gaan. Het hof is van oordeel dat dit handelen van de vader de belangen van de kinderen ernstig schaadt, omdat zij recht hebben op een onbelast contact met allebei de ouders.” [14]