5.3.De beroepsgrond, inhoudende dat eiser de inlichtingenplicht niet heeft geschonden, slaagt niet. Het college heeft tijdens de zitting terecht aangevoerd, dat eiser een actieve inlichtingenplicht heeft. Eiser dient, voor zover hier relevant, onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn, dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand.Hierboven is al vastgesteld dat niet in geschil is, dat het verkrijgen van onroerend goed een omstandigheid is die van invloed kan zijn op het recht van bijstand. Eiser had dit dus moeten melden.
De omstandigheid dat tijdens een gesprek tussen zijn moeder en het college haar onroerend goed ter sprake is gekomen, betekent niet dat het college, met het bekend worden van het overlijden van eisers moeder, ook bekend moet worden geacht te zijn geweest met het erven van het onroerend goed door eiser. Het college heeft daarover ook terecht opgemerkt tijdens de zitting, dat het college niet kon weten wat eisers aandeel in dit geërfd onroerend goed zou zijn en wat de waarde daarvan was. Door geen mededeling te doen van het verkrijgen van het onroerend goed, heeft eiser de inlichtingenplicht geschonden.
Beschikken over het vermogen?
6. Eiser heeft ook aangevoerd dat hij niet over het vermogen kan beschikken, zolang de boedel niet is verdeeld. Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB)volgt, dat niet kan worden aangenomen dat een betrokkene redelijkerwijs niet kan beschikken over een onverdeeld aandeel in een erfenis, zo lang die geen stappen wil ondernemen om een aandeel in een erfenis op te eisen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij wel stappen heeft ondernomen om een aandeel in de erfenis op te eisen, maar dat dit niet is gelukt. Het door hem overgelegde e-mailbericht van 12 juni 2024 is daartoe onvoldoende. Uit het betreffende bericht volgt dat de verdeling van de boedel met daarin een stuk perceel met onroerend goed-nummer: [nummer] , waarvan eiser naast andere familieleden een deel van het eigendomsrecht heeft, niet voor de hand ligt, omdat er ruzie is aan beide kanten van de familie. De rechtbank kan uit de brief niet afleiden, dat eiser daadwerkelijk (tevergeefs) stappen heeft ondernomen om een aandeel in de erfenis op te eisen.
Daarnaast volgt uit het dossier dat eiser zijn aandeel in perceel [perceel], dat hij op 4 februari 2022 heeft verworven, wel heeft kunnen verkopen op 29 juni 2022. Dit is door eiser niet betwist. Dat bij dat perceel minder mensen waren betrokken, zoals eiser tijdens de zitting heeft aangevoerd, doet daar niets aan af. Dat eiser door het college niet is gevraagd, om aannemelijk te maken dat naar Turks recht geen scheiding en deling van een onverdeelde boedel kan worden gevorderd, maakt dit ook niet anders. Omdat eiser stelt niet over het vermogen te kunnen beschikken, is het aan hem om dit te onderbouwen en dat heeft hij niet (voldoende) gedaan.
Waarde juist vastgesteld?
7. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat de waarde van het aandeel van eiser in het onroerend goed verkeerd is vastgesteld en dat de daadwerkelijke waarde vele malen lager is, volgt de rechtbank eiser daarin niet. Het college heeft onderzoek laten doen naar het aandeel van eiser door een Turkse taxateur en de waarde daarvan. Naar het oordeel van de rechtbank, mocht het college uitgaan van de waarde vastgesteld door de Turkse taxateur. Eiser heeft niet, met bijvoorbeeld een taxatierapport van een door hem ingeschakelde taxateur, onderbouwd dat de waarde van het aandeel van eiser in de percelen lager is dan door de Turkse taxateur is vastgesteld.
Terugvordering/verwijtbaarheid oplopen benadelingsbedrag
8. Eiser heeft verder aangevoerd dat het oplopen van het benadelingsbedrag niet (geheel) aan hem te wijten is, omdat het college de bijstand na de opschorting heeft hervat.