ECLI:NL:RBGEL:2026:583
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand en oplegging boete wegens niet melden onroerend goed in Turkije
Eiser ontving bijstand die werd beëindigd en teruggevorderd omdat hij niet had gemeld dat hij onroerend goed in Turkije had geërfd. Het college legde ook een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiser voerde aan dat het college al op de hoogte was en dat hij niet over het vermogen kon beschikken zolang de erfenis niet was verdeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser een actieve inlichtingenplicht had en het bezit van onroerend goed had moeten melden. Het feit dat het college tijdens een gesprek met zijn moeder op de hoogte was van het onroerend goed, betekent niet dat het ook wist van het erven door eiser. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij niet over het vermogen kon beschikken en had onvoldoende onderbouwd dat de waarde van het onroerend goed lager was dan vastgesteld.
De rechtbank vond dat het college terecht de bijstand had beëindigd, teruggevorderd en de boete had opgelegd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen beëindiging bijstand, terugvordering en boete wegens niet melden onroerend goed in Turkije wordt ongegrond verklaard.