ECLI:NL:RBHAA:2011:BR3382
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen buitenlandse banktegoeden wegens onvoldoende voortvarendheid en matiging boetes
Eisers, een gehuwd stel en vennoten in een vishandel, werden geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over meerdere jaren vanwege verzwegen buitenlandse banktegoeden. De Belastingdienst maakte gebruik van de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar om deze aanslagen op te leggen.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst niet met redelijke voortvarendheid heeft gehandeld bij het inwinnen van informatie en het voorbereiden van de aanslagen, waardoor de verlengde navorderingstermijn onrechtmatig werd toegepast. Dit leidde tot vernietiging van de navorderingsaanslagen die met deze termijn waren opgelegd. Daarnaast werd de bewijslast omgekeerd en verzwaard vanwege het niet of onvoldoende verstrekken van informatie door eisers.
De rechtbank oordeelde dat de schattingen van de Belastingdienst omtrent het verzwegen vermogen en de winstcorrecties redelijk waren, mede gelet op de verstrekte stukken en verklaringen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van eisers verschilde van die van hun zonen. De opgelegde boetes werden passend geacht maar gematigd vanwege de toepassing van omkering van de bewijslast en overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen opgelegd met de verlengde termijn worden vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid van de Belastingdienst; boetes worden gematigd en overige aanslagen blijven in stand.