ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9332
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering op grond van artikel 55 Luchtvaartwet wegens samenhang met artikel 50 procedure
In deze civiele procedure vordert N.V. Luchthaven Schiphol op grond van artikel 55 van Pro de Luchtvaartwet opheffing van een bouwverbod en de daarmee samenhangende schadeloosstelling. De rechtbank overweegt dat de financiële gevolgen van de opheffing van het bouwverbod volgens een arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2010 betrokken moeten worden bij de schadeloosstelling in de artikel 50 Luchtvaartwet Pro-procedure, die thans bij het Gerechtshof Amsterdam aanhangig is.
Gezien deze samenhang en het belang van procesdoelmatigheid en goede procesorde, acht de rechtbank het onwenselijk om in deze aparte artikel 55 procedure Pro een beslissing te nemen die mogelijk conflicteert met de lopende artikel 50 procedure Pro. De rechtbank verklaart daarom de vordering van de Luchthaven niet-ontvankelijk.
Daarnaast beoordeelt de rechtbank de vorderingen van de Luchthaven die zijn gebaseerd op andere grondslagen zoals onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad. Ook deze vorderingen hangen zo nauw samen met de LVW-vorderingen dat zij materieel daarin opgaan en zonder de LVW geen zelfstandige betekenis hebben. Daarom kiest de rechtbank ook hiervoor voor niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank veroordeelt de Luchthaven in de proceskosten van de wederpartijen en bepaalt de hoogte van de advocaatkosten conform het liquidatietarief. De beslissing wordt genomen met het oog op het feit dat de gehele schadeloosstelling in één procedure bij het Gerechtshof Amsterdam zal worden vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vordering van de Luchthaven niet-ontvankelijk en veroordeelt haar in de proceskosten.