ECLI:NL:RBHAA:2011:BV3382
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Heffingsrecht Nederland over vergoeding concurrentiebeding bij ontslag ondanks verblijf in buitenland
Eiser was in dienst bij een Nederlands bedrijf en sloot een beëindigingsovereenkomst met een concurrentiebeding, waarvoor hij een vergoeding ontving. Na beëindiging van zijn dienstbetrekking verhuisde hij naar het buitenland en was niet langer binnenlands belastingplichtig. De Belastingdienst legde een aanslag op waarin de vergoeding werd belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Eiser voerde aan dat de vergoeding moest worden belast in zijn woonland omdat het een voorwaardelijke beloning was gebonden aan het niet verrichten van werkzaamheden in de inverdienperiode. De rechtbank oordeelde dat de vergoeding onvoorwaardelijk was toegekend en direct verband hield met de vroegere dienstbetrekking.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en concludeerde dat Nederland heffingsrecht toekomt over het deel van de vergoeding dat betrekking heeft op in Nederland verrichte arbeid, ook al was eiser niet meer binnenlands belastingplichtig bij uitbetaling. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het Nederlandse heffingsrecht over de vergoeding wegens het concurrentiebeding.