Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2021 in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. M.M.H. Lenaers),
Rechtbank Limburg
De burgemeester van Roermond legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van verzoekster voor één maand vanwege de vondst van 62,81 gram softdrugs, vermoedelijk bestemd voor handel. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat deze in beginsel noodzakelijk was om de openbare orde en het woon- en leefklimaat te beschermen. De aangetroffen hoeveelheid softdrugs en de handelshoeveelheden, verpakkingsmateriaal en weegschalen wezen op drugshandel vanuit de woning.
Echter, de rechtbank achtte de sluiting niet evenredig vanwege de persoonlijke omstandigheden van verzoekster, waaronder ernstige ex-partnerproblematiek, psychische kwetsbaarheid en het feit dat zij niet op de hoogte was van de drugs. Bovendien zou de sluiting leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en grote woonproblemen. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Verzoekster kreeg tevens vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De rechtbank schorst de sluiting van de woning voor zes weken vanwege verminderde persoonlijke verwijtbaarheid en ernstige persoonlijke omstandigheden van verzoekster.