Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
De werknemer, sinds 2000 in dienst bij Geelen Techniek, wil in dienst treden bij een concurrent, Wenger Manufacturing, maar wordt gehouden aan een concurrentiebeding van drie jaar. Dit beding verbiedt hem om wereldwijd werkzaamheden te verrichten voor concurrerende bedrijven in de nichemarkt van drogers en koelers voor de levensmiddelenindustrie.
De kantonrechter stelt vast dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is en dat Wenger als concurrent kan worden aangemerkt. De werknemer beschikt over technische en commerciële kennis die voor de werkgever van groot belang is en die bij overstap naar Wenger het bedrijfsbelang kan schaden.
Hoewel de werknemer een nieuwe uitdaging zoekt en een salarisverhoging krijgt, weegt dit niet op tegen het belang van de werkgever bij bescherming van zijn bedrijfsdebiet. De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen en het concurrentiebeding blijft van kracht.