ECLI:NL:RBLIM:2023:3766
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit hennepplantage
Eiser ontving sinds 2004 een WAO-uitkering. Na ontdekking van een hennepplantage in zijn woning stelde het UWV vast dat eiser inkomsten uit deze plantage niet had doorgegeven. Het UWV herzag de uitkering over de periode 24 november 2020 tot 31 maart 2021 en vorderde € 13.682,61 terug, daarnaast legde het UWV een boete van € 5.800,00 op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser voerde aan geen wetenschap te hebben gehad van de hennepplantage en betwistte de omvang van de vermeende inkomsten. Hij verwees naar een strafzaak waarin hij werd vrijgesproken van medeplegen, maar veroordeeld voor medeplichtigheid. De rechtbank oordeelde dat het bestuursrechtelijke bewijscriterium verschilt van het strafrechtelijke en dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser betrokken was bij de hennepplantage en inkomsten genoot.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser op artikel 5:44 Awb Pro over dubbele bestraffing, omdat de bestuurlijke boete en strafrechtelijke sanctie verschillende gedragingen bestraffen. Ook de hoogte van de boete werd als passend beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen herziening, terugvordering en boeteoplegging is ongegrond verklaard.