Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade
Samenvatting
Procesverloop
15 december 2023 gewijzigd van 50% van de gehuwdennorm, naar de gehuwdennorm en per 9 januari 2024 gewijzigd naar de alleenstaandennorm. Als gevolg van deze wijziging ontvangt eiseres een nabetaling.
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Het besluit van 16 april 2024
Duurzaam gescheiden leven
- De periode vanaf 27 juni 2023;
- De periode vanaf 24 juli 2023;
- De periode vanaf 27 september 2023.
De uitkeringsspecificatie van 25 april 2024
15 december 2023 tot en met 8 januari 2024 en over de periode vanaf 9 januari 2024 niet kenbaar heeft gemaakt en niet juist heeft vastgesteld. De splitsing in twee periodes die in het besluit van 16 april 2024 wordt gemaakt (enerzijds 15 december 2023 tot 9 januari 2024 en anderzijds de periode vanaf 9 januari 2024) volgt ook niet uit de uitkeringsspecificatie van 25 april 2024. Daarbij is ten onrechte wettelijke rente geweigerd. Over de verschuldigde wettelijke rente is het college verder wettelijke rente verschuldigd.
Het verzoek om immateriële schade
Conclusie en gevolgen
€ 1.294,- voor de proceskosten in bezwaar (1 punt voor het indienen van bewaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 647,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 februari 2025 voor zover het bezwaar tegen het besluit van 25 april 2024 niet-ontvankelijk is verklaard;
- verklaart het bezwaar tegen het besluit van 25 april 2024 gegrond en herroept het besluit van 25 april 2024 voor zover het college geen wettelijke rente heeft toegekend;
- bepaalt dat het college wettelijke rente toekent, zoals uiteengezet in rechtsoverweging 9.2;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 3.108,-.
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 51,00 aan eiseres te vergoeden.