Uitspraak
1.[lessee 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 juli 2025, tevens houdende een incidenteel verzoek;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, tevens houdende conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende een incidenteel verzoek;
- de conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende conclusie repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
2.2. De feiten
3.De vordering en het verweer in de hoofdzaak en de verzoeken in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [lessees] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van het op 11 september 2000 te [plaats] ondertekende aanvraagformulier op naam van [lessee 1] , voorzien van [adviseursnummer] en faxregel waaruit blijkt dat het formulier door de tussenpersoon is verzonden,
“Adviseur [adviseursnummer] - [adviesbureau] ”.en een faxregel waaruit blijkt dat de tussenpersoon de overeenkomsten heeft verzonden.
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 144,00