ECLI:NL:RBMID:2012:BV8942
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Boven-Hartogh
- J.A.B. Koens
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over inzagerecht in vreemdelingenzaak en begrip persoonsgegevens in Privacyrichtlijn
Eiser verzocht om inzage in de minuut, een intern document behorende bij de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder weigerde inzage vanwege de aanwezigheid van een juridische analyse die volgens hem geen persoonsgegevens bevat. Eiser betwist dit en beroept zich op het recht op inzage zoals neergelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Privacyrichtlijn.
De rechtbank constateert dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerdere uitspraken de juridische analyse niet als persoonsgegeven kwalificeert, terwijl eiser dit betwist en wijst op een ruimere interpretatie van het begrip persoonsgegevens volgens de Privacyrichtlijn en het Advies 4/2007 van de Artikel 29 Groep Pro. De rechtbank acht het van belang dat het Hof van Justitie EU zich uitspreekt over de reikwijdte van het inzagerecht en de definitie van persoonsgegevens in deze context.
De rechtbank heropent het onderzoek, neemt kennis van relevante nationale en Europese regelgeving en rechtspraak, en formuleert vijf prejudiciële vragen over de aard van de gegevens in de minuut, het inzagerecht, en de mogelijke beperking daarvan op grond van vertrouwelijkheid van besluitvorming. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de prejudiciële vragen voor beantwoording aan het Hof van Justitie EU.
Uitkomst: De rechtbank legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU en houdt verdere beslissing aan.