De werknemer was sinds oktober 2011 op basis van tijdelijke contracten in dienst bij een onderwijsstichting en kreeg per 1 augustus 2015 ontslag. De werkgever weigerde een transitievergoeding te betalen met het argument dat de werknemer recht had op een bovenwettelijke Wovo-uitkering volgens de CAO VO, waardoor de transitievergoeding niet verschuldigd zou zijn op grond van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding.
De werknemer trad per 1 augustus 2015 in dienst bij een andere onderwijsinstelling, waardoor hij geen recht had op een WW-uitkering en dus ook geen aanspraak kon maken op een Wovo-uitkering. De kantonrechter stelde vast dat het Besluit overgangsrecht alleen ziet op situaties waarin de werknemer recht heeft op een Wovo-uitkering, hetgeen hier niet het geval was.
De kantonrechter verwierp het standpunt van de werkgever dat het enkel bestaan van een recht op een Wovo-uitkering, ook als dat niet te gelde kan worden gemaakt, de transitievergoeding uitsluit. De transitievergoeding werd daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De werkgever werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en het verstrekken van een specificatie van de vergoeding.