Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in conventie,
gemachtigde mr. A.J. Verweij
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster in conventie,
gemachtigde mr. K. Hoesenie.
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
€ 250,00.
9,54 per uur. Boven het vaste uurloon heeft de werknemer recht op:
3.Het verzoek
€ 25.000,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat [verweerster] in gebreke blijft;
€ 1.335,60 bruto per maand en € 106,77 bruto per maand aan “Performance Commission”, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en de reiskostenvergoeding van € 16,76 per dag, vanaf 17 maart 2020 tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig geëindigd zal zijn, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW Pro en de wettelijke rente;
14 dagen na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking tot aan de dag der
€ 199,00 met betekening.
4.Het verweer en zelfstandig tegenverzoek
20 januari 2020 een opleidingsovereenkomst is aangegaan en daar ook als zodanig uitvoering aan is gegeven. Er is ook niet voldaan aan de vereisten van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:610 BW Pro. Anders dan [verzoekster] stelt ging het in de opleidingsperiode om het vergroten van de kennis en kunde van [verzoekster] om uiteindelijk zelfstandig als masseur aan de slag te kunnen en niet om het verrichten van productieve arbeid. Daarbij had [verzoekster] de vrijheid voor het nemen van lange pauzes en om eerder naar huis te gaan. Ook het aantal massages dat [verzoekster] op een dag deed was aanzienlijk minder dan de massages die een werknemer normaliter per dag doet. De bedoeling van partijen is duidelijk gericht geweest op het aangaan van een opleidingsovereenkomst en dat betwist [verzoekster] ook niet. Gedurende de overeenkomst kan deze niet zomaar veranderen in een arbeidsovereenkomst indien daar geen afspraken over zijn gemaakt.
5.De beoordeling
17 maart 2020 stand houdt en dus niet wordt vernietigd. Daarmee is de voorwaarde waaronder [verweerster] het voorwaardelijk tegenverzoek tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft ingesteld, niet vervuld en behoeft dit verzoek geen behandeling meer.