Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verdere verloop van de procedure
- De tussenbeschikking van 4 november 2021
- De mondelinge behandeling van 20 januari 2022, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gehouden.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak staat centraal of een schriftelijke mededeling van een derde namens de gemeente aan de werkgever over de ziekte van de werknemer gelijkgesteld kan worden met een ziekmelding binnen vier weken na het einde van het dienstverband. De kantonrechter stelt vast dat het dienstverband eindigde op 17 juni 2020 en dat de mededeling op 2 juli 2020 plaatsvond.
De werkgever was op de hoogte van de ziekte en de medische voorgeschiedenis van de werknemer, waaronder een eerdere endeldarmoperatie en een LKV-besluit. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zich bewust had moeten zijn van zijn verplichtingen en niet kon volstaan met afwachten. De mededeling van 2 juli 2020 wordt daarom gelijkgesteld met een ziekmelding.
Hierdoor ontstaat voor de werkgever een betalingsverplichting voor een Ziektewetuitkering vanaf 2 juli 2020 tot 8 september 2020. Het loon waarop deze uitkering gebaseerd wordt, is vastgesteld op € 1.388,06 bruto per maand, wat resulteert in een bruto uitkeringsbedrag van € 971,64 per maand. Betalingen zijn te laat gedaan, waardoor wettelijke rente verschuldigd is. Verzoeken tot dwangsom en re-integratie zijn afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever is verplicht Ziektewetuitkering te betalen vanaf 2 juli 2020 tot en met 8 september 2020 met wettelijke rente.