Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2022:4094

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 augustus 2022
Publicatiedatum
10 oktober 2022
Zaaknummer
UTR 22/1587
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp

Eiseres verzocht om omzetting van haar zorgaanbieder en tekende op 6 maart 2021 een Persoonlijk Ondersteuningsplan (POP2) waarin 2,5 uur huishoudelijke hulp per week werd vastgesteld. Verweerder besloot op 23 april 2021 dat eiseres recht had op een maatwerkvoorziening gebaseerd op dit plan.

Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit op 25 juni 2021, nadat de bezwaartermijn van zes weken op 7 juni 2021 was verstreken. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiseres voerde aan dat zij niet wist op hoeveel uren hulp zij recht had en dat de verlaging van 4 naar 2,5 uur niet voorzienbaar was, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.

De rechtbank oordeelt dat het aantal uren duidelijk was vastgelegd in het door eiseres ondertekende POP2 en dat zij bekend was of had kunnen zijn met deze urenvaststelling. De verwijzing naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en andere rechtbanken leidt niet tot een ander oordeel. De termijnoverschrijding wordt niet verschoonbaar geacht, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en het beroep ongegrond is.

De rechtbank gaat niet in op de inhoudelijke beoordeling van het aantal uren huishoudelijke hulp. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman op 31 augustus 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1587

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere (verweerder)

(gemachtigde: A. Nijland-Nagtegaal).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit 21 februari 2022 van verweerder om haar bezwaar ongegrond te verklaren.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 25 augustus 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is er tot nu toe in deze zaak gebeurd?
1. Eiseres heeft op 22 februari 2021 een melding gedaan, waarin zij verzoekt om omzetting van de zorgaanbieder van Buurtdiensten naar Alphatrots. Verweerder heeft een Persoonlijk ondersteuningsplan opgesteld (POP1). Omdat de indicatie van eiseres op 31 maart 2021 afliep, is gelijktijdig een verlenging van de indicatie afgegeven voor de duur van één jaar van 2 maart 2021 tot en met 31 maart 2022. Eiseres heeft op 4 maart 2021 POP1 voor akkoord getekend. Op 6 maart 2021 heeft eiseres een gesprek gehad met Alphatrots over onder andere de omvang van de hulp: 2,5 uur per week. Dit is vastgelegd in POP2 en eiseres heeft het plan voor akkoord getekend op 6 maart 2021.
2. Verweerder heeft naar aanleiding van POP1 en POP2 op 23 april 2021 (primair besluit) besloten dat eiseres recht heeft op een maatwerkvoorziening in de vorm van een ondersteuningsarrangement. Dit arrangement wordt aangeduid als ‘Lichamelijke achteruitgang pakket A (HH) en wordt geleverd door een zorgaanbieder die een contract heeft met verweerder.
3. Eiseres heeft op 25 juni 2021 bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder. Dat is in principe te laat, omdat de bezwaartermijn van zes weken op 7 juni 2021 afliep. [1] Volgens verweerder heeft eiseres geen goede reden waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt en daarom heeft verweerder op 21 februari 2022 (bestreden besluit) het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [2]
Wat vindt eiseres?
4. Eiseres voert aan dat zij wel een goede reden heeft waarom zij te laat bezwaar heeft ingediend en heeft daarom beroep ingesteld. Zij wist namelijk niet op hoeveel uur ondersteuning zij kon rekenen omdat verweerder de maatwerkvoorziening heeft toegekend in de vorm van een resultaat. In de praktijk komt het er op neer dat eiseres eerst 4 uur per week hulp kreeg, maar de zorgaanbieder heeft dit verlaagd naar 2,5 uur per week. Deze verlaging is voor eiseres niet voorzienbaar geweest, omdat het nergens staat genoemd. Eiseres stelt dat zij dus verschoonbaar te laat is met het indienen van het bezwaar. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst eiseres naar meerdere uitspraken van onder andere de Centrale Raad van Beroep (CRvB). [3] Eiseres voert aan dat 2,5 uur te weinig is en wil graag 4 uur per week ondersteuning.
Wat vindt verweerder?
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres te laat bezwaar heeft gemaakt en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De uren aan ondersteuning waar eiseres recht op heeft, zijn duidelijk omschreven in POP2. Dit plan heeft eiseres op 6 maart 2021 getekend en volgens verweerder wist eiseres dus dat zij recht heeft op 2,5 uur ondersteuning.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. Partijen zijn het er over eens dat eiseres in principe te laat bezwaar heeft ingediend. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de termijnoverschrijding verschoonbaar is en dus eiseres niet kan worden aangerekend.
7. De beslissing van de rechtbank is dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank legt hierna uit waarom.
8. De rechtbank is het met eiseres eens dat het primaire besluit van 23 april 2021 niet het aantal uren aan ondersteuning waar zij recht op heeft vermeld. Het aantal uren wordt wel vermeld in het POP2. Uit het primaire besluit blijkt dat het POP onlosmakelijk deel uitmaakt dat dit besluit. [4] Eiseres heeft het POP2 ondertekent en wist dus of had kunnen weten op hoeveel uren per week zij recht heeft op huishoudelijke hulp. Daarom hoefde verweerder het aantal uren niet ook nog te vermelden in het primaire besluit. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat ondertekening van POP2 niet betekent dat zij akkoord was met het aantal uren. Wat hier ook van zij, dit verandert niet dat eiseres bekend was of had kunnen zijn met de urenvaststelling. Verder blijkt nergens uit dat de zorgaanbieder per ongeluk uren voor de huishoudelijke hulp heeft aangegeven, dat verweerder dit abusievelijk heeft overgenomen en dat eiseres daarom aan de urenvaststelling geen rechten kan ontlenen. Eiseres had dit tijdens de zitting gesteld.
9. Ter zitting heeft eiseres nog aangevoerd dat verweerder handelt in strijd met zijn eigen beleid. Volgens eiseres kent verweerder alleen de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp toe in de vorm van een resultaat. Verweerder heeft hierop gereageerd dat hij in veel zaken indiceert in de vorm van een resultaat, maar dat in het geval van eiseres is geïndiceerd in een aantal uren. Dit is volgens verweerder niet in strijd met zijn beleidsregel.
10. Eiseres heeft haar stelling dat verweerder handelt in strijd met zijn eigen beleid niet onderbouwd. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat verweerder in strijd met zijn eigen beleid heeft gehandeld door eiseres een indicatie met urenvaststelling toe te kennen.
11. Eiseres heeft nog verwezen naar uitspraken van rechtbanken en de CRvB. De rechtbank ziet in deze verwijzingen geen aanleiding om anders te oordelen. Er is namelijk geen sprake van een verlengde besluitvorming. Ook is de situatie van eiseres niet gelijk aan die beschreven in de uitspraken, omdat in die situaties nergens uit bleek op hoeveel uur per week huishoudelijke hulp de betrokkenen recht hadden of de concrete invulling bleek pas geruime tijd na de besluitvorming. Uit randnummer 8. volgt dat eiseres wel op de hoogte was of had kunnen zijn op hoeveel uur huishoudelijke hulp zij recht had. Wat betreft de verwijzing naar de uitspraak van de CRvB van 18 mei 2015 [5] stelt de rechtbank vast dat verweerder in het geval van eiseres de werkzaamheden, omvang in tijd en frequentie heeft geconcretiseerd in POP2.
12. Verweerder heeft de termijnoverschrijding op goede gronden niet verschoonbaar geacht en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank komt dus niet toe aan de bespreking van de inhoudelijke gronden dat het aantal uur huishoudelijk hulp te weinig is.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Voor proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 6:7 en Pro 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Op grond van artikelen 6:6 en 6:5 van de Awb.
4.Zie pagina 1 van het primaire besluit.