ECLI:NL:RBMNE:2024:750
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woonruimte wegens ontbreken zelfstandige woonruimte en geen toepassing hardheidsclausule
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist om urgentie toe te kennen voor woonruimte, omdat hij na een escalatie van een langdurig conflict met zijn moeder niet meer bij haar kan wonen en tijdelijk bij vrienden verblijft.
Het college wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarde dat hij zelfstandige woonruimte achterlaat, zoals vereist in de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019. Tevens werd de hardheidsclausule niet toegepast omdat er geen sprake was van een uitzonderlijke noodsituatie.
Eiser stelde dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen en dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het college dit beleid juist heeft gemotiveerd en dat de situatie van eiser niet zodanig schrijnend is dat voorrang op een sociale huurwoning gerechtvaardigd is. Ook de door eiser aangevoerde psychische problemen zijn niet met stukken onderbouwd.
Daarnaast verwierp de rechtbank het betoog dat de Huisvestingsverordening in strijd is met hogere wetgeving en internationale verdragen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.