ECLI:NL:RBDHA:2024:9182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem en geen toepassing hardheidsclausule
Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij vreesde dakloos te raken na verblijf in een opvang en het verlaten van de woning van haar zoon vanwege diens psychische problematiek. Haar partner verblijft eveneens in een opvang en beiden hebben medische problemen. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem en het feit dat eiseres het probleem redelijkerwijs kon voorkomen of oplossen.
Eiseres voerde aan dat zij het procesdossier niet ontving, dat zij ten onrechte niet is gehoord, en dat de Huisvestingsverordening in strijd is met hogere wetgeving en verdragen. De rechtbank oordeelt dat het procesdossier wel is toegezonden, dat het horen niet verplicht was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, en dat eerdere jurisprudentie het standpunt van eiseres niet ondersteunt.
De rechtbank benadrukt dat verweerder beleidsruimte heeft en terughoudend getoetst moet worden. De algemene weigeringsgrond is voldoende om de aanvraag af te wijzen. De hardheidsclausule is slechts voor uitzonderlijke gevallen en verweerder heeft terecht geoordeeld dat de persoonlijke omstandigheden van eiseres niet voldoende zijn om deze toe te passen.
De rechtbank concludeert dat het besluit van verweerder deugdelijk is gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard.