Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 21 mei 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de pleitnota van [eiseres] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
De werkneemster is sinds 2012 in dienst als leerkracht en werd in juli 2024 overgeplaatst naar een andere school vanwege klachten en verstoorde arbeidsverhoudingen. Zij meldde zich ziek, waarbij de bedrijfsarts sprak van situatieve arbeidsongeschiktheid door verstoorde arbeidsverhoudingen, en adviseerde mediation. Ondanks mediation en pogingen tot overleg, weigerde zij haar werkzaamheden op de nieuwe locatie te hervatten.
De werkgever staakte daarom per 27 februari 2025 de salarisbetaling op grond van artikel 7:628 BW Pro, omdat de werkneemster geen werkzaamheden verrichtte en dit redelijkerwijs voor haar rekening behoort te komen. De werkneemster vorderde loonbetaling, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van ziekte in de zin van artikel 7:629 BW Pro en dat de werkneemster onvoldoende medewerking had verleend aan het oplossen van de verstoorde arbeidsverhouding. Het niet verrichten van arbeid kwam daarom voor haar rekening. De vorderingen werden afgewezen en de werkneemster werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen omdat het niet verrichten van arbeid voor rekening van de werkneemster komt.