ECLI:NL:RBMNE:2025:2658
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens niet verrichten van arbeid na overplaatsing
De werknemer is sinds 2019 in dienst als leerkracht en werd in juli 2024 overgeplaatst naar een andere school wegens zwaarwichtige omstandigheden, waaronder klachten van ouders en spanningen binnen het team. Hij heeft zich ziekgemeld vanwege verstoorde arbeidsverhoudingen, maar de bedrijfsarts stelde vast dat er geen sprake was van ziekte in de zin van arbeidsongeschiktheid.
De werknemer weigerde te werken op de nieuwe locatie en eiste terugkeer naar de oorspronkelijke school, terwijl het overplaatsingsbesluit onherroepelijk was. De werkgever staakte daarom per 10 februari 2025 de salarisbetaling. De werknemer vorderde daarop doorbetaling van zijn salaris op grond van artikel 7:628 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat het niet verrichten van arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen, omdat hij onvoldoende medewerking heeft verleend aan het wegnemen van de oorzaak van de verstoorde arbeidsverhouding. De vordering tot doorbetaling van salaris, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten werd afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van €949.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen omdat het niet verrichten van arbeid voor zijn rekening komt.