Uitspraak
[A], uit [plaats 1] , eiseres
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres is eigenaar van zes arken die zonder geldige ligplaatsvergunning werden afgemeerd en gebruikt voor toeristische verhuur en bewoning in strijd met het bestemmingsplan. Het college legde haar een bestuurlijke boete en last onder dwangsom op, gebaseerd op de Omgevingswet. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten en tegen de invordering van de dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte de Omgevingswet toepaste in plaats van het oude recht, de Wabo, omdat het handhavingsvoorstel vóór 1 januari 2024 was voorbereid. Dit gebrek leidt tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank stelt echter vast dat de materiële normstelling niet is gewijzigd en dat de sancties inhoudelijk terecht zijn opgelegd.
De bestuurlijke boete is terecht opgelegd omdat de arken voldoen aan de definitie van woonruimte en eiseres het registratienummer niet vermeldde bij toeristische verhuur. De last onder dwangsom is ook terecht omdat het gebruik van de arken in strijd is met het bestemmingsplan. Eiseres' argumenten over het vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel en onevenredigheid worden verworpen. Het beroep tegen de invorderingsbeschikking wordt ongegrond verklaard. De rechtbank bepaalt dat het college het griffierecht aan eiseres moet vergoeden en wijst het schadevergoedingsverzoek af.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens toepassing van verkeerde wetsgrondslag, maar de opgelegde sancties blijven inhoudelijk in stand.