Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van diverse onroerende zaken voor het belastingjaar 2024. De heffingsambtenaar heeft de waardes vastgesteld en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk ongegrond was.
De gemachtigde van eiseres heeft geen concrete, zaaksspecifieke beroepsgronden aangevoerd, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank om deze te concretiseren en te onderbouwen met controleerbaar bewijs. De ingediende brieven bevatten slechts algemene, niet-onderbouwde stellingen die niet specifiek op de waardebepaling ingaan.
De rechtbank acht de taxatierapporten en het verweerschrift van de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk dat de waardes niet te hoog zijn vastgesteld. De gebruikte referentieobjecten zijn vergelijkbaar en de gehanteerde parameters vallen binnen de bandbreedte van deze referenties.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens wordt het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de bezwaar- en beroepsfase samen minder dan twee jaar hebben geduurd.
De uitspraak is gedaan door rechter M.W.A. Schimmel en griffier D. Burggraaf op 23 december 2025.