In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil over de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 27.000,- per 1 januari 2022, maar eiseres, Stichting Hondenspeelparadijs Midden Nederland, heeft geen concrete beroepsgronden ingediend tegen deze vaststelling. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres had in eerdere procedures ook al geen specifieke gronden aangedragen, wat de rechtbank heeft doen besluiten om zonder zitting uitspraak te doen op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarnaast heeft eiseres verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De rechtbank constateert dat de redelijke termijn van twee jaar is overschreden met drie maanden, maar ziet geen aanleiding voor schadevergoeding, omdat het financiële belang bij de procedure onder de bagatelgrens van € 1.000,- ligt. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af en verklaart het beroep ongegrond.