Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 1.857.000,-. Uit de stukken van de gemachtigde van eiser blijkt niet welke waardes eiser bepleit in beroep. In bezwaar stelt eiser een waarde voor van € 1.799.000,-. Het financiële voordeel dat eiser had kunnen bereiken als hij gelijk had gekregen bestaat uit dit verschil vermenigvuldigd met het aanslagbedrag OZB en watersysteemheffing voor de onroerende zaak. Het totale financiële belang komt daarmee op € 61,84. Dit is minder dan de bagatelgrens van € 1.000,-. De rechtbank volstaat daarom met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.