Eiseres B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag watersysteemheffing voor het belastingjaar 2024, opgelegd door de heffingsambtenaar. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk ongegrond is. De gemachtigde van eiseres heeft geen concrete, zaaksspecifieke beroepsgronden aangevoerd, maar volstond met algemene opmerkingen die niet relevant zijn voor de aanslag. Ondanks meerdere verzoeken van de rechtbank om nadere concretisering en bewijs, bleef de reactie vaag en niet toereikend.
De rechtbank concludeert dat de aanslag terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Tevens is het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de bezwaar- en beroepsfase samen minder dan twee jaar hebben geduurd.