Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag watersysteemheffing 2023 opgelegd door de heffingsambtenaar. Na afwijzing van het bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk ongegrond is.
De gemachtigde van eiseres heeft in het beroepschrift en daaropvolgende brieven geen concrete, zaaksspecifieke beroepsgronden aangevoerd, maar volstond met algemene opmerkingen die niet op de aanslag zien. De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om nadere concretisering en bewijs, maar deze zijn niet geleverd.
De rechtbank concludeert dat de aanslag terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Tevens is het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de bezwaar- en beroepsfase samen minder dan twee jaar hebben geduurd.
De uitspraak is gedaan door rechter M.W.A. Schimmel en griffier D. Burggraaf op 23 december 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.