ECLI:NL:RBMNE:2026:1785
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten zelfstandige
Eiseres ontvangt sinds 1996 een WAO-uitkering en heeft sinds 2016 inkomsten als zelfstandige. Het UWV stelde vast dat haar inkomsten in 2023 te hoog waren om de WAO-uitkering voort te zetten en besloot de uitkering stop te zetten en het teveel ontvangen bedrag terug te vorderen.
Eiseres betwistte de berekeningsgrondslag van het UWV, die uitgaat van de fiscale winst vermeerderd met ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling, en stelde dat dit leidt tot ongelijke behandeling ten opzichte van werknemers in loondienst. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke regeling en vaste jurisprudentie deze berekeningswijze voorschrijven en dat de situatie van een zelfstandige niet vergelijkbaar is met die van een werknemer.
Verder stelde eiseres dat de terugvordering disproportioneel is vanwege haar medische situatie en financiële gevolgen. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde om van terugvordering af te zien en dat het belang van rechtmatige besteding van gemeenschapsgeld zwaarder weegt. Een betalingsregeling is getroffen, waardoor de terugvordering niet onevenredig is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiseres het bedrag van €6.347,52 moet terugbetalen. Zij krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam op 17 april 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij moet het teveel ontvangen voorschot van de WAO-uitkering terugbetalen.