Eiseres, die sinds oktober 2020 ziek is uitgevallen door knie- en psychische klachten, kreeg aanvankelijk een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2024 verbeterde haar situatie, waardoor het UWV concludeerde dat zij met passend werk 79,71% van haar oude loon kan verdienen, wat leidt tot beëindiging van de uitkering per juni 2024.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat haar beperkingen ernstiger zijn dan aangenomen en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn vanwege prikkelbelasting. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep herbeoordeelden de situatie, namen aanvullende beperkingen op in de functionele mogelijkhedenlijst en selecteerden passende functies, resulterend in een arbeidsongeschiktheidspercentage van 22,78%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en volledig zijn, dat de klachten van eiseres adequaat zijn vertaald in beperkingen, en dat de functies passend zijn ondanks de prikkelbelasting. Ook is het maatmanloon correct vastgesteld. De procedure is binnen de redelijke termijn afgerond, waardoor geen schadevergoeding wordt toegekend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het UWV de WIA-uitkering terecht heeft beëindigd. De rechtbank benadrukt dat het arbeidsongeschiktheidspercentage niet de ernst van de ziekte weerspiegelt, maar de mate waarin eiseres nog kan verdienen ten opzichte van haar oude loon.