Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 maart 2017 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Inkomsten
Vermogen
Overige opmerkingen
Geschil7. In geschil is of verweerder de storting in 2005 terecht heeft aangemerkt als inkomsten uit werk en woning waarover kan worden nagevorderd. Meer in het bijzonder is in geschil of dienaangaande de verlengde navorderingstermijn als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR), van toepassing is. Voorts is de heffingsrente in geschil.
Beslissing
mr. G.H. de Soeten, leden, in aanwezigheid van mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2017.