Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 november 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- in de periode van 11 december 2006 tot en met 30 september 2016 zijn door stortingen op eigen rekening (€ 7.060,-) dan wel middels overboekingen door derden in totaal aan bedragen bijgeschreven op eisers bankrekening € 15.146,81;
- eiser heeft in de periode van 3 juli 2009 tot en met 2 mei 2012 in totaal een bedrag van € 12.419, - terugontvangen van de Belastingdienst,
- eiser heeft over de periode 8 juni 2009 tot en met 2 juni 2016 in totaal 44 maal bedragen aan reisschadeverzekeringen uitgekeerd heeft gekregen van in totaal € 44.032,47 en
- eiser is in de jaren 2007 tot en met 2015 in totaal 49 maal in het buitenland verbleven waarbij hij het wettelijk aantal toegestane dagen van 28 dagen per jaar (met daarbij voor elke verblijfsperiode 1 dag heenreis en 1 dag terugreis inbegrepen) heeft overschreden: