Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil19.In geschil is tot welk bedrag eiseres de uitgaven voor monumentenpanden als bedoeld in artikel 6.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) in aftrek kan brengen in het jaar 2015. Tevens is in geschil of de verzuimboete van € 369 terecht is opgelegd.
32.909. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij voor een hogere aftrek in aanmerking komt. Verweerder concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van het belastbaar inkomen uit werk en woning tot een bedrag van € 60.046.
[rechtbank: thans het eigenwoningforfait van artikel 3.112 van de Wet]vermelde forfaitaire bedragen. Tot laatstbedoelde categorie van kosten behoren blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 42a niet ,,de kosten die in huurverhoudingen door de huurder plegen te worden gedragen, zoals tuinonderhoud, behangen, binnenverf- en witwerk en kleinere reparaties'' (Memorie van Antwoord Tweede Kamer zitting 1969-1970-10 790, nummer 8, bladzijde 25 rechter kolom)”
aanpassing van de entreeaan de achterkant van het souterrain en het opheffen van de
niveauverschillen. Ook ter zake van deze kosten is de rechtbank van oordeel dat het verbeteringskosten betreffen en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat deze kosten ter onderhoud van het souterrain en de beletage zijn gemaakt.
plafond.
pleisterwerk van en de reparaties aan de wandenis door verweerder € 650 in aftrek toegelaten. Dat enig onderhoud aan de wanden nodig was, zoals het dichten van scheuren, is ook nu weer niet door verweerder bestreden, aangezien hij € 650 in aftrek heeft toegelaten. Dat eiseres recht heeft op een hogere aftrek, omdat de onderhoudskosten hoger lagen en deze kosten geen kosten ter verbetering betreffen, zoals verweerder (gemotiveerd) heeft gesteld, is onvoldoende aannemelijk gemaakt door eiseres.
het leggen van een dekvloer, laminaat en het aanhelenzijn volgens eiseres noodzakelijk geweest om de vloer in de oude staat te herstellen. Verweerder betwist dit en heeft gesteld dat het leggen van de dekvloer betrekking heeft op het opheffen van niveauverschillen, hetgeen niet door eiseres is weersproken. Gelet hierop, komt de rechtbank tot haar oordeel dat, zoals hierboven al reeds is overwogen, het opheffen van niveauverschillen als verbetering aangemerkt dient te worden en in zoverre dan ook geen sprake is van onderhoudskosten. Voor het leggen van de laminaatvloer stelt de rechtbank voorop dat dit in beginsel kosten zijn die in huurverhoudingen door de huurder plegen te worden gedragen. Dat eiseres met het leggen van een nieuwe laminaatvloer de vloer in de oude staat heeft hersteld, is volgens de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het leggen van de nieuwe laminaatvloer in deze situatie geen onderhoudskosten zijn, maar aangemerkt dienen te worden als een huurderslast.
binnenschilderwerkheeft verweerder € 500 in aftrek toegelaten. In beginsel in binnenschilderwerk een huurderslast en dus niet aftrekbaar, tenzij dit schilderwerk samenhangt met de onderhoudswerkzaamheden van het pand. Tegenover de gemotiveerde betwisting van verweerder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij recht heeft op een hogere aftrek, omdat sprake zou zijn van (meer) onderhoudswerkzaamheden, waardoor deze kosten niet tot een huurderlast gerekend hoeven te worden.
diverse timmerwerkzaamhedenin het souterrain en de beletage. Met betrekking tot deze kosten is het ook voor de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden dat de kosten van het timmerwerk betrekking hebben op het onderhoud aan het souterrain en de beletage. De uitleg van eiseres over de timmerwerkzaamheden, namelijk dat het vervolgwerkzaamheden betreffen ter zake van het onderhoud, is te algemeen en onvoldoende gelet op de gemotiveerde betwisting van verweerder. Dat timmerwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in het souterrain en de beletage voor de installatie van de elektrische installatie, wordt niet door verweerder betwist, aangezien hij deze kosten in aftrek heeft toegelaten onder die desbetreffende post.
het pleisterwerk van en de reparaties aan de wandenen voor
het afwerken van en de reparatie aan het plafond. Wat betreft de werkzaamheden die zijn verricht aan de wanden, heeft verweerder beargumenteerd dat 25 percent van de kostenpost ziet op onderhoudskosten en derhalve voor aftrek in aanmerking komen. 25 percent van € 2.150 is (afgerond) € 538. Verweerder heeft ‘slechts’ € 500 in aftrek toegelaten, waardoor eiseres recht heeft op een hogere aftrek ten bedrage van € 38. Voor het afwerken van en de reparatie aan het plafond is naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte geen aftrek verleend. De rechtbank acht het aannemelijk dat ook voor het plafond op de eerste verdieping vervolgwerkzaamheden zijn uitgevoerd in verband met de installatie van de nieuwe elektrische installatie. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiseres hiervoor recht heeft op een aftrek van € 500. Dat eiseres recht heeft op een hogere aftrek, is onvoldoende door haar aannemelijk gemaakt.
diverse sloopwerkzaamhedenhebben plaatsgevonden is zonneklaar, maar dat deze sloopwerkzaamheden zien op het onderhoud van de eerste etage en niet op het aanbrengen van verbeteringen is door eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt. De aftrek is dan ook terecht door verweerder geweigerd. Ditzelfde geldt voor de kosten voor
het plaatsen van metal studwanden. Ook deze kosten zijn door eiseres niet voldoende onderbouwd, nadat verweerder deze gemotiveerd heeft betwist. Voor de kostenposten met betrekking tot de
egalisatie van de vloer,
schilderwerkzaamheden,
het leggen van een (eiken) laminaatvloeren
diverse timmerwerkzaamhedenverwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft geoordeeld ter zake van het souterrain en beletage (zie punt 38).
egalisatie van de vloer,
schilderwerkzaamhedenen de
diverse timmerwerkzaamhedenverwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft geoordeeld ter zake van het souterrain en beletage (zie punt 38). Ter zake van de
diverse sloopwerkzaamhedenverwijst de rechtbank naar haar oordeel over de diverse sloopwerkzaamheden voor de eerste verdieping (zie punt 41). Ter zake van het
pleisterwerk van en de reparaties aan de wandenis door verweerder € 588 in aftrek toegelaten. Dat enig onderhoud aan de wanden nodig was is ook niet door verweerder bestreden, aangezien hij € 588 in aftrek heeft toegelaten. Dat eiseres recht heeft op een hogere aftrek, omdat ook voor het meerdere sprake is van onderhoudskosten is de rechtbank niet duidelijk geworden. De kosten voor
het afwerken van en de reparatie aan het plafonddie als onderhoudskosten aangemerkt kunnen worden, zijn volgens de rechtbank terecht door verweerder op € 475 vastgesteld. Ook deze kosten zijn door verweerder toegelaten, omdat vervolgonderhoudskosten zijn gemaakt aan het plafond voor de installatie van de nieuwe elektrische installatie. Dat verweerder een hogere aftrek hiervoor had moeten verlenen, omdat de onderhoudskosten hoger lagen (en geen sprake was van een verbetering), is onvoldoende aannemelijk gemaakt door eiseres.
egalisatie van de vloeren de
schilderwerkzaamhedenverwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft geoordeeld ter zake van het souterrain en beletage (zie punt 38). Verweerder heeft ter zake van de kosten voor de
wandafwerkinggesteld dat dit een verbetering van de muur betreft en geen betrekking heeft op het onderhoud. De rechtbank volgt verweerder hierin, omdat eiseres, gelet op de gemotiveerde betwisting van verweerder, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het niet een verbetering van de wanden van de zolder betreft, maar dit als onderhoud aangemerkt moet worden.
de h.w.a. van de aanbouw,
de vloerverwarmingen
het aanpassen van de C.V.-installatieverwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft geoordeeld ter zake van de aanbouw (zie punt 34). Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook terecht deze kosten (deels) in aftrek geweigerd. Ter aanvulling hierop overweegt de rechtbank ter zake van het aanpassen van de C.V.-installatie dat verweerder € 500 in aftrek heeft toegelaten, omdat deze kosten zagen op het onderhoud in het souterrain. Eiseres heeft voor het meerdere, naast dat dit deels ziet op de aanbouw, niet aannemelijk gemaakt dat dit onderhoudskosten zijn voor het hoofdgebouw. De kosten met betrekking tot
de waterleiding kouden
warm,
de keukenpomprioleringen
de aanpassingen van het leidingverloopzijn gedeeltelijk door verweerder in aftrek geweigerd, omdat deze kosten zien op de nieuwe keuken in het souterrain. Aangezien eiseres dit niet (dan wel onvoldoende) heeft betwist, is naar het oordeel van de rechtbank terecht een gedeelte van deze kosten in aftrek geweigerd. Ter onderbouwing van haar oordeel verwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft geoordeeld ter zake van het souterrain en de beletage (zie punt 38). Verweerder heeft ter zake van de kosten voor
de sanitaire aansluitingen en aanpassingengesteld dat niet enkel onderhoudskosten zijn, maar ook deels verbeteringskosten betreffen. De rechtbank volgt verweerder hierin, omdat de rechtbank het aannemelijk acht dat een gedeelte van de kosten aan het sanitair onderhoudskosten zijn, maar zij acht het ook aannemelijk dat het niet in aftrek toegelaten bedrag aan te merken is als verbeteringskosten. Immers zijn er veranderingen aan het sanitair aangebracht, welke volgens de rechtbank niet noodzakelijk waren voor het onderhoud van het sanitair, maar zijn ingegeven om de sanitaire voorzieningen te verbeteren. Ook heeft eiseres een nieuwe elektrische installatie geïnstalleerd en het hiervoor in rekening gebrachte totaalbedrag ad € 9.000 in aftrek gebracht. Dat verweerder ‘slechts’ € 900 in aftrek heeft toegelaten is naar het oordeel van de rechtbank terecht. Dat enig onderhoud nodig was aan de elektrische installatie in het souterrain vindt de rechtbank aannemelijk. Dat volgens eiseres het noodzakelijk was om de gehele elektrische installatie te vervangen is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Immers volgt, zoals verweerder terecht ook heeft opgemerkt, uit het taxatierapport dat er voldoende groepen en aardlekschakelaar aanwezig waren en ook de Monumentenwacht heeft in haar rapport evenmin opmerkingen gemaakt over de elektrische installatie.
de leges voor de aanbouwen
de constructeur van de aanbouwverwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft geoordeeld ter zake van de aanbouw (zie punt 34). De kosten met betrekking tot
het Egenstill ontwerpzijn terecht in aftrek geweigerd, aangezien deze kosten zien op de nieuwe keuken in het souterrain. Omdat eiseres dit niet (dan wel onvoldoende) heeft betwist, zijn deze kosten naar het oordeel van de rechtbank terecht in aftrek geweigerd. Ter onderbouwing van haar oordeel verwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft geoordeeld ter zake van het souterrain en de beletage (zie punt 38).Voor de overgebleven kostenposten (
de architect,
de CAR verzekeringen
het bodemonderzoek) is naar het oordeel van de rechtbank terecht een pro rata benadering door verweerder gehanteerd, waardoor deze kosten enkel in aftrek gebracht kunnen worden, voor zover deze betrekking hebben op de onderhoudskosten. Dat al deze kosten volledig in aftrek komen, omdat alle werkzaamheden onderhoudswerkzaamheden betreffen of dat deze pro rata berekening onjuist door verweerder is gehanteerd is onvoldoende aannemelijk gemaakt door eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht rekening gehouden met het gegeven dat deze kosten ook zien op bijvoorbeeld de aanbouw of de verbeteringen van het hoofdgebouw, zodat niet geoordeeld kan worden dat alle kosten in aftrek gebracht kunnen worden. Of de pro rata berekening onjuist is, los van het standpunt van eiseres dat alle kosten onderhoudskosten betreffen, is door eiseres niet als standpunt ingenomen, dan wel door haar weersproken.
33.266. De boete dient te worden verminderd, zoals hiervoor in rechtsoverweging 55 is geoordeeld.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2015 berekent naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van €
- vermindert de boete tot € 295;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.897,50; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiseres te vergoeden.