ECLI:NL:RBNHO:2022:8087
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling definitieve NOW-1 subsidie en terugvordering in strijd met evenredigheidsbeginsel
Eiseres, een V.O.F., ontving een voorschot op de NOW-1 subsidie gebaseerd op een verwacht omzetverlies van 87%. De definitieve omzetdaling bleek echter 31%, en de loonsom over de subsidieperiode was lager dan op de peildatum vanwege het vertrek van een werkneemster vóór de pandemie. Verweerder stelde de subsidie definitief op nihil en vorderde het voorschot van €21.258,- terug.
Eiseres betoogde dat de terugvordering onevenredig was omdat de lagere loonsom niet haar schuld was en dat maatwerk mogelijk is. Verweerder verwees naar de regelgeving die geen ruimte laat voor afwijkingen, en stelde dat de regeling snel en eenvoudig moet zijn.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging niet in het nadeel van eiseres kon uitvallen. De lagere loonsom was het gevolg van een vooraf overeengekomen beëindiging van de arbeidsovereenkomst en het terugvorderen van het volledige verschil was disproportioneel. De rechtbank volgde eerdere jurisprudentie die maatwerk toestaat en stelde de subsidie vast op €4.626,60 en de terugvordering op €16.631,40. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de subsidie vast op €4.626,60 en de terugvordering op €16.631,40.