Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
2. [stichting 2]
1.Het procesverloop
3.De verzoeken
4.De beoordeling
5.De beslissing
rolzitting van woensdag 10 januari 2024 om 10.00 uur, alwaar partijen bij advocaat dienen te verschijnen;
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad sinds 2007 in dienst bij de eerste stichting en was verantwoordelijk voor het beheer van zakelijke PayPal-accounts. In 2023 werd geconstateerd dat hij zonder toestemming bedragen van deze accounts had overgemaakt voor privédoeleinden en aan derden, waaronder een hotelovernachting. Op 5 september 2023 werd hij daarop op staande voet ontslagen.
De eerste stichting verzocht de rechtbank om het ontslag te erkennen als rechtsgeldig en om toekenning van een gefixeerde schadevergoeding en een aanvullende schadevergoeding wegens opzettelijke schade toegebracht aan de werkgever. De tweede stichting, niet zijnde werkgever, vorderde eveneens schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen.
De werknemer bracht geen verweer aan en verscheen niet op de zitting. De rechtbank oordeelde dat het ontslag op staande voet terecht was gegeven wegens dringende redenen en kende de gevorderde schadevergoedingen toe aan de eerste stichting. De vordering van de tweede stichting werd gesplitst en verwezen naar de handelskamer, omdat zij geen werkgever was en de procedure niet passend was.
Proceskosten en beslagkosten werden aan de werknemer opgelegd vanwege zijn ernstig verwijtbaar handelen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de procedure voor de tweede stichting werd formeel voortgezet volgens de dagvaardingsregels.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en de werknemer is veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten aan de eerste stichting.