De werkgever, een klein onderzoeks- en adviesbureau, verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer was sinds 2009 in dienst en werd geconfronteerd met een ontslagaanvraag vanwege bedrijfseconomische redenen. De werknemer meldde zich ziek door de stress en het wantrouwen jegens de werkgever groeide.
Het UWV verleende ontslagvergunning voor andere medewerkers, maar weigerde deze voor de werknemer vanwege diens dubbelfunctie. Een mediationtraject mislukte en de werknemer werd hersteld verklaard. Een outplacementtraject werd gestart met het advies tot beëindiging van het dienstverband.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsrelatie ernstig verstoord was door de emotionele toestand van de werknemer en het wantrouwen, waardoor voortzetting niet van de werkgever kon worden verlangd. Herplaatsing was niet reëel. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 juni 2016.
De transitievergoeding werd toegekend, maar een billijke vergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De werkgever had niet bewust onjuiste informatie verstrekt aan het UWV en er was geen bewijs van een onwerkbare situatie gecreëerd. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.