Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, het college
Als derde-partij nemen aan de zaak deel: - [persoon 1] uit [plaats]
[personen 2]uit [plaats],
[personen 3]uit [plaats],
[personen 4]uit [plaats],
[personen 5]uit [plaats],
[persoon 6]uit [plaats],
[persoon 7]uit [plaats],
(gemachtigde: mr. M.A. Jansen).
Samenvatting
Procesverloop
op 7 maart 2024 de kamergewijze verhuur van de pand op het perceel [adres 1] (het pand) te beëindigen en beëindigd te houden, bij gebreke waarvan hij een dwangsom van € 20.000,- per week verbeurt, met een maximum van € 100.000,-.
Verder heeft het college eiser gelast om uiterlijk op 7 maart 2024 de extra geplaatste keukens, badkamers en toiletten te verwijderen en verwijderd te houden, bij gebreke waarvan hij een dwangsom van € 10.000,- per week verbeurt, met een maximum
van € 50.000,-.
LEE 24/551) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank het besluit van 25 januari 2024 geschorst tot zes weken nadat door het college is beslist op de bezwaren van eiser.
Het college heeft op 3 oktober 2025 nadere stukken ingediend.
[persoon 1], [persoon 4] en de gemachtigde van de derde-partij.
Beoordeling door de rechtbank
Vaststaande feiten en omstandigheden
28 februari 2024 hebben gemeentelijk toezichthouders controles uitgevoerd in het pand. De bevindingen zijn neergelegd in diverse inspectierapporten, inclusief foto’s.
Is de last onder dwangsom voldoende duidelijk en niet te verstrekkend?
waaraan moet worden voldaan. De herstelmaatregel is
hoedaaraan kan worden voldaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin is gelast dat de woning ongeschikt moet worden gemaakt voor bewoning door meerdere huishoudens (maatregel b) en de daaraan gekoppelde dwangsom;
- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.904,48 aan proceskosten aan eiser.
mr.R.A. Schaapsmeerders, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
lid 3.23.