ECLI:NL:RBOBR:2017:5398
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht over arbeidsuren
Eiser ontving een bijstandsuitkering en werkte bij een horecagelegenheid waaruit bleek dat hij meer uren aanwezig was dan opgegeven in de salarisspecificaties. Uit onderzoek, waaronder cameraobservaties en een strafrechtelijke doorzoeking, kwamen urenbriefjes naar voren die het vermoeden van meer gewerkte uren bevestigden. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij niet daadwerkelijk arbeid verrichtte tijdens deze uren.
Verweerder herzag en trok de bijstandsuitkering in over de periode van 21 augustus 2014 tot 8 juli 2015 en vorderde een bedrag van €19.014,44 terug. Tevens werd een boete van €1.670,- opgelegd wegens het schenden van de inlichtingenplicht. Eiser voerde verweer dat hij niet meer uren had gewerkt en dat de urenbriefjes niet correct werden geïnterpreteerd, maar de rechtbank verwierp deze stellingen vanwege onvoldoende onderbouwing en tegenstrijdigheden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bewijslast voldoende had voldaan en dat het besluit tot herziening, intrekking en terugvordering en de boete rechtmatig waren. Ook de financiële draagkracht van eiser en de geestelijke gesteldheid van zijn echtgenote boden geen reden tot matiging. Het beroep werd in beide zaken ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand en de boete wordt ongegrond verklaard.