Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
27 september 2017, bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag.
23 april 2018.
25 april 2018 en het zich in het dossier bevindende mini proces-verbaal staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser is opgelegd en op zijn auto aangebracht op 14 augustus 2017. De bezwaartermijn is dus aangevangen op 15 augustus 2017 en geëindigd op 25 september 2017. Eiser heeft het bezwaarschrift ingediend op 26 september 2017 en blijkens het poststempel op de envelop, die zich onder de gedingstukken bevindt, ook op die datum ter post bezorgd. Dit betekent dat de termijn om bezwaar te maken is overschreden.
Beslissing
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, behoudens voor zover daarbij is beslist dat geen dwangsom is verschuldigd;
- verklaart het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;