Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
€ 43.000 waar verweerder van uitgaat.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar agrarisch object, een varkenshouderij, per waardepeildatum 1 januari 2016. Verweerder baseerde de waardering op landelijke taxatiewijzers en een analyse van zes regionale referentieobjecten. Eiseres gebruikte een alternatieve berekeningswijze uit de taxatiewijzer, aangevuld met een gewogen bouwjaar, om een lagere waarde aan te tonen.
De rechtbank oordeelt dat de alternatieve methode een incompleet en onvoldoende onderbouwd middel is om de waarde aannemelijk te maken. De taxatiewijzers zijn geen bindende voorschriften maar nuttige hulpmiddelen die, samen met aanvullende gegevens, de waarde bepalen. Verweerder heeft met de regionale transacties en taxatierapporten aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.
Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd waarom de alternatieve methode de juiste waarde zou geven, mede omdat de methode geen concrete criteria biedt voor het bepalen van de eenheidsprijs binnen de bandbreedte. Ook haar gewogen bouwjaar biedt onvoldoende inzicht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Daarnaast wijst de rechtbank het subsidiaire standpunt van eiseres af dat de grondslag voor de OZB-gebruiker lager moet worden vastgesteld.
De rechtbank benadrukt het belang van een goede procesorde en wijst een verzoek van eiseres af om een andere waarderingsonderbouwing alsnog in te brengen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en partijen is de mogelijkheid tot hoger beroep gegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard.