De burgemeester van de gemeente Land van Cuijk heeft op 20 maart 2024 een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van de woning van verzoeker voor zes maanden, vanwege de vondst van grote hoeveelheden hard- en softdrugs tijdens politieonderzoeken op 22 en 23 januari 2024.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om de sluiting te schorsen. De voorzieningenrechter heeft de schorsing op 4 april 2024 tijdelijk ingesteld, maar na behandeling op 25 april 2024 en nadere beoordeling op 7 mei 2024 het verzoek alsnog afgewezen.
De rechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen, dat de hoeveelheid drugs ruim boven de grens voor eigen gebruik lag en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de drugs niet voor handel bestemd waren. Daarnaast is op basis van meldingen en aangetroffen attributen aannemelijk dat er vanuit de woning handel werd gedreven.
De sluiting wordt als noodzakelijk en evenwichtig beoordeeld, mede gezien de ernst van de overtreding, de tijdelijke aard van de maatregel en het ontbreken van bijzondere omstandigheden die de sluiting onevenredig maken.
De voorzieningenrechter heft de eerdere schorsing op en bevestigt dat de burgemeester de woning mag sluiten voor zes maanden.