Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad, de heffingsambtenaar
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres betwistte de door de heffingsambtenaar van gemeente Meierijstad vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, oorspronkelijk vastgesteld op €362.000 per waardepeildatum 1 januari 2022 voor het kalenderjaar 2023. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van €378.000, terwijl eiseres een lagere waarde van €318.000 tot €323.000 bepleitte met behulp van alternatieve waarderingsmatrices.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was, mede omdat eiseres met haar matrix voldoende twijfel had gezaaid over de waardeonderbouwing. De rechtbank stelde vervolgens zelf de WOZ-waarde vast op €323.000. Het verzoek van eiseres om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat het financieel belang te gering was.
Verder veroordeelde de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€1.875,76) en het griffierecht (€51). De rechtbank behandelde ook de vraag of de gemachtigde van eiseres als bijzonder geval kon worden aangemerkt in het kader van proceskostenvergoeding, maar concludeerde dat onvoldoende bewijs was geleverd om dit aan te nemen. De taxatiekosten werden vastgesteld op €128,26 op basis van een redelijke tijdsbesteding.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €323.000 en het beroep wordt gegrond verklaard.