3.1.Uit de van toepassing zijnde wettelijke regels volgt dat een EU-student die op de peildatum kan worden aangemerkt als migrerend werknemer als bedoeld in artikel 45 van het VWEU, op grond van artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wsf 2000 in aanmerking kan komen voor (volledige) studiefinanciering.
Rechtsvraag in dit geding
4. Tussen partijen is in geschil of de minister terecht heeft beslist dat eiser tijdens zijn stage bij [naam] niet als migrerend werknemer valt aan te merken en hij in verband daarmee in de maanden september 2024 tot en met december 2024 geen recht heeft op de door hem aangevraagde studiefinanciering.
Uitgangspunten bij de beoordeling van werknemerschap en stage
5. Om als migrerend werknemer te kunnen worden aangemerkt moet sprake zijn van reële en daadwerkelijke arbeid, met uitsluiting van werkzaamheden van zo geringe omvang dat zij louter marginaal en bijkomstig van aard zijn. Voor de algemene uitgangspunten voor de beoordeling van werknemerschap in de zin van artikel 45 van het VWEU, verwijst de rechtbank naar de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 14 april 2023en 13 juni 2024. Voor de uitgangspunten bij de beoordeling van activiteiten verricht in het kader van een stage, verwijst de rechtbank naar de uitspraken van de CRvB van 29 februari 2024en van 20 november 2025. Hieruit volgt dat in het geval van een stage steeds een individuele beoordeling vereist is om te bezien of de activiteiten van de stagiair tot (migrerend) werknemerschap leiden en dat het beleid van de minister (thans: de Beleidsregel migrerend werknemerschap en studiefinanciering) hierin geen wijziging brengt.
Beoordeling door de rechtbank van de stage van eiser
6. Omdat het gaat om een aanvraagsituatie, is het aan eiser om aannemelijk te maken dat hij gedurende zijn stage bij [naam] als migrerend werknemer kon worden beschouwd. Volgens de CRvB mogen aan het bewijs hoge eisen worden gesteld. Met wat eiser naar voren heeft gebracht is voor de rechtbank niet objectief vast komen te staan dat een andere invulling aan de overeenkomst moet worden gegeven dan die van een stage in het kader van de studie van eiser aan de TU/e. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank niet duidelijk kunnen maken wat de meerwaarde van zijn werk is geweest en of het werk betekenis heeftin economische zin. De rechtbank is van oordeel dat bij toepassing van de genoemde uitgangspunten op de situatie van eiser geen sprake is geweest van reële en daadwerkelijke arbeid. Daartoe wordt het volgende overwogen.
7. Eiser heeft als schriftelijk bewijs de stageovereenkomst (van 9 september 2024) en de verklaringen van [naam] van 31 oktober 2024, 28 februari 2025 en 1 juli 2025 overgelegd. Op de zitting bij de rechtbank heeft eiser een mondelinge verklaring afgelegd over de werkzaamheden die hij bij [naam] heeft verricht.