Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
.
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 20 augustus 2020 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een student met de Griekse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan voor de periode mei 2020 tot en met december 2020, gebaseerd op stages bij twee bedrijven. De minister wees de aanvraag af omdat betrokkene niet als migrerend werknemer kon worden aangemerkt tijdens deze stages. De rechtbank oordeelde anders en kende betrokkene studiefinanciering toe, stellende dat hij reële en daadwerkelijke arbeid had verricht onder gezag en tegen vergoeding.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat de stages primair leerdoeleinden hadden en dat er onvoldoende objectief bewijs was dat betrokkene productieve arbeid verrichtte. De Raad toetste dit aan Europese rechtspraak over het begrip werknemer in het VWEU, waarbij reële en daadwerkelijke arbeid vereist is, maar erkende dat stages onder voorwaarden als werknemerschap kunnen gelden.
De Raad concludeerde echter dat de stageovereenkomsten geen concrete aanwijzingen bevatten over de aard van de werkzaamheden en dat betrokkene geen aanvullende objectieve bewijsstukken had overgelegd. De mondelinge verklaringen en het verzekeringsbericht waren onvoldoende om te concluderen dat er sprake was van reële en daadwerkelijke arbeid. Daarom was betrokkene tijdens de stages geen migrerend werknemer en had hij geen recht op studiefinanciering. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond; betrokkene heeft geen recht op studiefinanciering tijdens zijn stages.