AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging recht op studiefinanciering voor migrerend stagiair EU-student
Betrokkene, een Kroatische student aan Tilburg University, vroeg studiefinanciering aan voor de periode maart tot en met augustus 2020 op grond van zijn stage bij een Nederlands bedrijf. De minister wees dit af omdat betrokkene volgens haar geen migrerend werknemer was tijdens de stage.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene wel als migrerend werknemer moest worden aangemerkt omdat hij reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte onder gezag van het bedrijf, waarvoor hij een vergoeding ontving. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en volgt de Europese rechtspraak dat ook stagiairs als werknemers kunnen worden beschouwd als zij voldoende uren werken en productieve arbeid verrichten onder gezag, ongeacht het leerdoel van de stage. Betrokkene heeft met een stageovereenkomst, vacaturetekst, verzekeringsbericht en mondelinge toelichting voldoende aannemelijk gemaakt dat hij aan deze criteria voldeed.
De Raad wijst het hoger beroep van de minister af en bevestigt dat betrokkene recht heeft op studiefinanciering voor de stageperiode. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten en moet een nieuw besluit nemen over de studiefinanciering voor die periode.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene tijdens zijn stage als migrerend werknemer geldt en recht heeft op studiefinanciering over maart tot en met augustus 2020.
Voetnoten
2.Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
3.Zie het arrest van 26 februari 1992, C-357/89, Raulin, ECLI:EU:C:1992:87, punt 14, en het arrest Vatsouras ECLI:EU:C:2009:344, punt 26.
4.Zie het arrest Vatsouras, punt 28 en het arrest van 3 juni 1986, C-139/85, Kempf, ECLI:EU:C:1986:223, punt 14 en het arrest L.N. van 21 februari 2013 ECLI:EU:C:2013:97 punt 51.
5.Zie de arresten van 3 juli 1986, C-66/85, Lawrie-Blum, ECLI:EU:C:1986:284, punt 19, van 26 februari 1992, C-3/90, Bernini, ECLI:EU:C:1992:89, punt 15 en 16, van 19 november 2002, C-188/00, Kurz, ECLI:EU:C:2002:694, punten 33 en 34, van 17 maart 2005, C-109/04, Kranemann, ECLI:EU:C:2005:187, punten 13 en 18, van 30 maart 2006, C-10/05, Mattern en Cikotic, ECLI:EU:C:2006:220, punt 21 en van 9 juli 2015, C-229/14, Balkaya, ECLI:EU:C:2015:455, punt 50.
6.Zie de arresten Lawrie-Blum, punt 21, Bernini, punt 16, Kurz, punt 33 en Balkaya, punt 50.
7.Zie het arrest Bernini, punt 16.
8.Zie bijvoorbeeld de arrresten Lawrie-Blum, punt 22, en Balkaya, punt 51.
9.Bijvoorbeeld bepalingen over tijden en uren van aanwezigheid, interne regels, geheimhouding, verlof en ziekmelding.